Omhoog
Aanmelden
 
Home
 
 
 
Veel gestelde vragen Compensatiecommissie 
 
Bij het Meldpunt komen regelmatig vragen binnen die wij dan aan individuele vragenstellers beantwoorden. De antwoorden bevatten tevens nuttige informatie voor de andere slachtoffers; vandaar dat we ze ook op onze website publiceren. Aan de beantwoording kunnen geen rechten worden ontleend. De Compensatieregeling en eventuele andere wetgeving zijn altijd leidend.
 
U moet in de meeste gevallen minimaal rekenen op een behandeltermijn van drie maanden na ontvangst van het aanvraagformulier. Vooral in gevallen waarbij al dan niet voorlopig categorie 5 aan de orde is kan het langer duren omdat dan de vermogensschade als gevolg van het seksueel misbruik moet worden onderbouwd en ook de kerkelijk gezagsdrager in staat moet worden gesteld op die onderbouwing te reageren.

Op welke wijze kan ik in het aanvraagformulier aangeven welke vermogensschade ik heb geleden als gevolg van het seksueel misbruik? 

De eventuele vermogensschade is pas aan de orde indien de compensatiecommissie u al dan niet voorlopig indeelt in categorie 5. De commissie bepaalt dit aan de hand van het bewijs dat u de commissie toestuurt inzake het seksueel misbruik. Op dat moment zal de commissie u vragen aan de vermogensschade en het causale verband met het seksueel misbruik toe te lichten. De regeling zegt hier het volgende over:
 
Artikel 19: In alle gevallen van indeling in categorie 5 krijgt de aanvrager gelegenheid om de omvang van de door hem gestelde vermogensschade en het causaal verband met het seksueel misbruik zoals dat blijkt uit het bewijs toe te lichten. Deze toelichting geschiedt in beginsel schriftelijk. De betrokken R.-K. instelling wordt gelegenheid gegeven tot verweer.
 
Bij indeling in categorie 1 t/m 4 wordt de vermogensschade niet betrokken bij de bepaling van de hoogte van het compensatiebedrag.
 
Alleen slachtoffers waarvan de klachtenprocedure volledig is afgerond en waarbij de klacht gegrond is verklaard krijgen van het Meldpunt het aanvraagformulier toegezonden. Van volledige afronding is pas sprake als u tevens de beslissing van de kerkelijk gezagsdrager heeft ontvangen dat deze het advies van de Klachtencommissie overneemt. De regeling zegt hier het volgende over:
 
Artikel 21 Afronding van de procedure
21.1. Binnen dertig dagen nadat de kerkelijke gezagsdrager van de aangeklaagde het besluit tot al dan niet gegrondverklaring van de klacht en het advies betreffende de op basis van de gegrondverklaring van de klacht te nemen maatregelen van de Klachtencommissie heeft ontvangen stelt hij de klager en de aangeklaagde schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte van de beslissing die hij naar aanleiding daarvan genomen heeft.
De compensatieregeling is bedoeld voor het toekennen van een aanspraak in geval van bewezen seksueel misbruik. Een aanvraag kan dus niet in behandeling worden genomen indien deze uitsluitend betrekking heeft op een mishandeling of het ondergaan van fysiek geweld, zonder dat daarbij tevens sprake is geweest van seksueel misbruik. Indien het seksueel misbruik op zichzelf vaststaat en er is in dat kader sprake geweest van fysiek geweld en/of mishandeling, dan kan dat bij de toekenning van de compensatie als een van de beoordelingsfactoren wel een rol spelen.
 
Volgens de Belastingdienst van het Ministerie van Financiën is de compensatie die slachtoffers van seksueel misbruik krijgen geen inkomen in de zin van de Wet Inkomstenbelasting 2001. Dit geldt voor de vergoeding die het karakter heeft van smartengeld als ook voor de vergoedingen van uitgaven en voor de aanvullende compensatie voor verlies van arbeidsvermogen. Zijn de betalingen eenmaal ontvangen dan maken die deel uit van het vermogen en vallen de opbrengsten onder box 3.
 
Dit heeft het ministerie op 28 november 2011 geantwoord op vragen van twee mediators naar de fiscale aspecten van de compensatieregeling R.K.-kerk Nederland. In de reactie schrijft het ministerie verder dat vergoedingen voor uitgaven niet van invloed zijn op de persoonsgebonden aftrekposten en ook niet op de negatieve persoonsgebonden aftrekposten. Dat betekent dat de kosten die worden vergoed niet afgetrokken kunnen worden.
 
Tot slot wordt nog een opmerking gemaakt over de schenk- en erfbelasting. Als iemand na toekenning van een compensatie overlijdt, dan maakt de uitkering deel uit van het vermogen van de overledene en wordt betrokken in de erfbelasting over de nalatenschap. Wordt de uitkering echter toegekend aan de nabestaanden (artikel 6) dan is geen erfbelasting verschuldigd.
 
Huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget
Hebt u of heeft uw toeslagpartner of medebewoner vermogen, zoals spaargeld en beleggingen? Als dat bedrag te hoog is, kunt u geen huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget krijgen. Dit is het geval als u inkomstenbelasting betaalt over uw vermogen. U hebt dan 'voordeel uit sparen en beleggen'. De compensatievergoeding wordt door de belastingdienst echter aangemerkt als 'bijzonder vermogen'. Dat gedeelte van uw vermogen hoeft u niet mee te tellen. U moet hiervoor wel een verzoek indienen bij de belastingdienst. Via de link hieronder vindt u hierover meer informatie:
 
 

In de categorieën 1 t/m 4 komen voor een vergoeding in aanmerking:

  • smartengeld
  • uitgaven in verband met seksueel misbruik, zoals therapiekosten of reiskosten in verband met het seksueel misbruik; die uitgaven moeten aannemelijk gemaakt worden zonder dat een volledig schriftelijk bewijs wordt verlangd
  • in de categorieën 3 en 4 bestaat de mogelijkheid van een vergoeding voor vermogensschade, indien sprake is van een (al dan niet voorlopige indeling) in categorie 5

In categorie 5 komen voor een vergoeding in aanmerking:

  • smartengeld
  • uitgaven in verband met seksueel misbruik
  • vermogensschade

Als u in aanmerking meent te komen voor een vergoeding van vermogensschade bij een indeling in de categorieën 3, 4 of 5, dient bij uw aanvraag aan te geven welke vermogensschade u heeft. Ook moet u dan aangeven of sprake is van oorzakelijk verband tussen misbruik en schade, voor zover mogelijk voorzien van bewijsstukken.

In alle gevallen van een voorlopige indeling in categorie 5, maar definitieve indeling in de categorieën 3, 4 of 5, wordt een vergoeding gegeven voor de in redelijkheid gemaakte kosten van rechtsbijstand. Hiervoor gelden de volgende maxima:

  • Categorie 3: max. € 1.000,-- inclusief B.T.W.
  • Categorie 4: max. € 1.500,-- inclusief B.T.W.
  • Categorie 5: max. 15% van de toe te wijzen compensatie (art. 22 CR) 

Kan ik mij laten ondersteunen bij mijn aanvraag voor compensatie door een juridisch adviseur van het Meldpunt?

Het staat u vrij om u te laten adviseren door wie u wenst, echter het Meldpunt zal hierin niet bemiddelen. Alleen in bepaalde gevallen (zie vorige vraag) worden kosten van rechtsbijstand (deels)vergoed.